Het leven en de familie van Thomas van Otterdijk
Joseph (Jos) Koün |
| Geboren | 07-03-1857 's Hertogenbosch ScanGetuigen: |
| Overleden | 12-12-1917 Nuenen Scan |
| Leeftijd | 60 |
| Beroep | 1873 - 1877 Goudsmidsleerling Bron 1885 - 1889 Postbeambte / brievengaarder te Berlicum Bron 1889 - 01-03-1908 Brievengaarder Nuenen |
| Bezit | 1918 Memorie van successie Scan |
| Adres | 1860 - 1876 Berlicum, Nederland Scan 1876 - 1877 Vught, Nederland Bron 1877 - 1889 Berlicum, Nederland Scan 1889 - 1899 Papenvoort 5 (= Berg F611, 618, 550, 540a), Nuenen, Nederland Scan 1899 - 1917 Berg 6 (= Berg F527,529, 465, 452, 441), Nuenen, Nederland Scan |
| Militaire dienst | 1877 Ingedeeld bij het 2de regiment Huzaren Scan |
| Krantenbericht | 13-12-1917 Krantenberichten over het plotselinge overlijden van Jos Koün (Eindhovensch Dagblad en De Zuid-Willemsvaart) Scan |
| Getuige bij | |
| Vader | Hubertus Wilhelmus KoünHubertus Wilhelmus Koün ![]() * 02-04-1833 Maastricht † 17-09-1901 Berlicum ∞ Joanna Wee, 24-02-1858 's Hertogenbosch, 2 kinderen |
| Moeder | Joanna WeeJoanna Wee ![]() * 11-07-1837 's Hertogenbosch † 08-01-1912 Helmond ∞ Hubertus Wilhelmus Koün, 24-02-1858 's Hertogenbosch, 2 kinderen |
| Partner | Maria Theresia van EltenMaria Theresia van Elten ![]() * 09-11-1861 Gemert † 27-10-1947 Nuenen ∞ Joseph (Jos) Koün, 30-10-1885 Berlicum, 11 kinderen |
| Huwelijk | 30-10-1885 Berlicum Scan |
| Kinderen |
|
| Opvolger als brievengaarder in Nuenen van Thomas van Otterdijk per 16-12-1889. Joseph Koün werd in 1857 in Den Bosch geboren als Joseph Wee en geëcht bij het huwelijk van zijn vader Hubertus Wilhelmus Koün en moeder Joanna Wee in 1858. Vader Hubertus, oorspronkelijk afkomstig uit Maastricht, was aanvankelijk beroepsmilitair in Den Bosch. Later werd hij veldwachter in Berlicum. Joseph Koün was eerst leerling goudsmid, tot hij in militaire dienst ging in 1877. Daarna is hij postbeambte en brievengaarder geweest in Berlicum, tot hij in 1889 de taak van Thomas van Otterdijk als brievengaarder overnam in Nuenen. In het boek van J.C. Jegerings (Oud-Nuenen achteraf bekeken, Hapert 1984, p.37) lezen we hierover de volgende passage: "Op 22 november 1889 schrijft de Inspectie Noord-Brabant en Zeeland der Posterijen een brief aan brievengaarder J. Koün te Berlicum, waarin hem wordt medegedeeld, dat het hulpkantoor Nuenen vacant is, daar de brievengaarder aldaar wegens oneerlijkheid is ontslagen uit 's Rijks Dienst. De post wordt bezorgd door 2 postboden en hij hoeft geen bezorgdienst te doen. Hij moet zich wel driemaal per dag naar het spoorwegstation Nuenen-Tongelre begeven, afstand 3/4 uur gaans van Nuenen. Hij moet die loop persoonlijk uitvoeren, want hij moet driemaal daags telkens een 1/2 uur vóór het vertrek van de treinen kantoor houden. De bezoldiging bedraagt f 500.-per jaar. Voor een woning kan worden gezorgd. De benoeming kan op 16 december 1889 ingaan, of uiterlijk 1 januari 1890. Tot zover de brief." Koün ging niet wonen in het hulppostkantoor aan de Papenvoort 3, maar nam zijn intrek in het huis ernaast, op Papenvoort 5. Daar heeft hij 10 jaar gewoond, tot hij in 1899 verhuisde naar het pand aan de Berg 6 in Nuenen, waar uiteindelijk het eerste officiële postkantoor werd gevestigd. Jegerings schrijft hierover: "In 1899 kocht Koün het pand (uit 1849) aan de Berg 6. Moeder Koün, het mooie huis ziende, reageerde op die koop 'door niet in die tempel te trekken'. Maar de koop, die was voorafgegaan door een korte huur door de P.T.T. zonder medeweten van moeder Koün, bleef gehandhaafd. Het pand was oorspronkelijk eigendom van rentenier Sengers die het aan de kloosterzusters had nagelaten. Het huis, zonder elektriciteit, trok geen kopers, alhoewel het een mooi pand met een rieten dak was met een grote bijbehorende tuin. Behalve de grond achter het pand behoorde de grond waar thans Erica op is gevestigd ook tot Berg nr. 6. Er was een grote gracht omheen, er groeiden 6 linden en in de achtertuin stonden vele fruitbomen en graasden er schapen." Koün werd eind november 1907 buiten dienst gesteld wegens 'onregelmatigheden in zijn administratie'. Gezien de geschiedenis van zijn voorgangers, die allen werden ontslagen wegens financiële malversaties, lijkt het wel of er een vloek op het ambt van brievengaarder in Nuenen rustte, al is niet te achterhalen wat er bij Jos Koün precies gespeeld heeft. In tegenstelling tot zijn voorgangers heeft Koün eervol ontslag gekregen: dit ging in per 1 maart 1908 op zijn verzoek, 'wegens lichaamsgebreken'. Hij wordt opgevolgd door dochter Truus, eerst tijdelijk, vanaf 1909 permanent. Voor meer informatie over de brievengaarders in Nuenen zie het artikel 'Brievengaarders in Nuenen 1860-1920', in Drijehornickels 34-3 (2025), p. 2-21. |
|
| Notitie bij geboorte Geboren als Joseph Wee. Wettig erkend bij het huwelijk van zijn ouders Hubertus Wilhelmus Koün en Joanna Wee op 24 februari 1858. Aangifte gedaan door Franciscus Adrianus de Klerck, heel- en verloskundige, samen met Ludovicus Wee (25 j, koopman) en Hubertus Wilhelmus Koün (23 j, vermeld in de akte als Wilhelmus Hubertus, hoornblazer bij het 2e regiment infanterie). |
|
Voorouders van Joseph Koün |















